Img 0192
Foto 14
Gerart kamphuis 041

Digitale memo

Blijf op de hoogte van onze laatste nieuwtjes!

M.I. - Wat doen wij ermee?

M.I. cursus

Na een aantal korte workshops hebben wij, de leerkrachten van basisschool Noordeinde, het eerste deel van de cursus Meervoudige Intelligentie gevolgd in Zeeland. Het tweede en tevens afsluitende deel hebben wij gevolgd in Maasbommel. Dit werd verzorgd door de Onderwijs Adviesdienst. Daarnaast is er op onze school een commissie die de verworvenheden verankert en probeert de kennis en vaardigheden m.b.t. M.I. bij de leerkrachten uit te breiden.

Voorbeelden van MI in de praktijk

  • Je kunt met geschiedenis vertellen hoe de Romeinen marcheerden, maar je kan de leerlingen het ook op een beweegknappe manier laten ondervinden, namelijk door met zijn allen te gaan marcheren op het plein.
  • Je kunt bussommen tekenen op het bord, maar je kan de leerlingen ook in een “bus” voor het bord zetten en steeds in en uit laten stappen. Ook dit is een voorbeeld van beweegknap maar ook van rekenknap.
  • Je kunt bij aardrijkskunde de kinderen feiten leren, maar het kan ook met tekenopdrachten die betrekking hebben tot het indelen van de ruimte. In het laatste geval zijn ze beeldknap bezig.
  • Je kan de kinderen ieder een kaartje geven met daarop een breuk en deze dan een andere leerling laten zoeken, die het kaartje heeft met het bijpassende deel van een taart erop. En weer is het beweegknap en rekenknap.

Daarnaast proberen we de talenten van de leerlingen ook te stretchen. Hiermee proberen we de “mindere” talenten beter te ontwikkelen.

Samenwerken

Samenwerken speelt binnen M.I. een belangrijke rol. Soms steken de leerlingen de "Koppen Bij Elkaar" (dit is een benaming van een didactische structuur) en moeten ze samen een probleem bepreken om tot een gezamenlijke oplossing te komen. Alle kinderen worden op deze manier geactiveerd. Als een van de leerlingen, gekozen door middel van de leerlingkiezer, het antwoord van het team in de groep heeft gegeven, wordt hij of zij door de medeleerlingen in het team gecomplimenteerd. Dit is een voorbeeld van een structuur zoals je die binnen M.I. kunt toepassen.

Elke twee weken worden er nieuwe structuren bij de leerkrachten aangedragen, die zij dienen toe te passen in de groep. Zo blijft de M.I.-aanpak een frisse aanpak. 

Hierboven staat maar een deel van onze M.I.-cultuur beschreven, maar op deze pagina hopen we in de toekomst meer voorbeelden en verhalen te kunnen presenteren.

Structuur MIX-DUBBEL

In groep 5 wordt met behulp van de MI-structuur mix-dubbel het aardrijkskundehoofdstuk ‘Nederland hoog en laag’ geoefend. De structuur gaat als volgt; alle kinderen hebben het boek met het bewuste hoofdstuk voor zich open liggen. Na een korte inleiding waarin in grote lijnen de inhoud van het hoofdstuk samen met de leerkracht herhaald wordt, pakken de kinderen een blaadje en gaan vragen bedenken. Vragen waarop het antwoord terug te vinden is in het boek. Na een paar minuten worden de boeken dichtgedaan en wordt er muziek aangezet. De kinderen lopen met hun vragenblaadje kriskras door elkaar in het lokaal. Zodra de muziek stopt, staan de kinderen stil en zoeken het dichtstbijzijnde klasgenootje op. Zij vormen een mix-dubbel . De leerkracht vraagt een willekeurig kind één van zijn vragen voor te lezen en dan gaat voor de rest van de kinderen de denktijd in………… weten ze wel of niet het antwoord op de vraag? Na een minuut mag er met het klasgenootje overlegd worden………….. Dit overleggen duurt ook een minuut. Om de tijd goed te bewaken heeft de leerkracht een timer. Aan het afgaan van de timer horen de kinderen dat het overleggen afgelopen is. Dan mag een tweetal hun antwoord geven en de rest geeft aan of ze wel of niet hetzelfde antwoord bedacht hadden. De oefening gaat met tal van variaties door en na een kwartier afwisselend op muziek lopen en elkaars vragen beantwoorden is de stof op een effectieve manier herhaald.

Structuur TWEE VERGELIJK & Structuur LAAT ZIEN

Er is in elke groep bezoek geweest van de begeleiders van de Onderwijs Adviesdienst. Constance en Frank kwamen enthousiast terug van de bezoeken “Wat wordt er goed met de m.i. structuren gewerkt door de leerkrachten!”

Dit was leuk om te horen, want er wordt inderdaad veel energie en tijd door de leerkrachten in gestoken om de geleerde mi-structuren in de praktijk te brengen.

De lustrumweek stond ook helemaal in het teken van m.i., door de ‘knapdagen’ waarin de kinderen hun talenten kunnen laten zien! 

In groep 3 zijn we sinds enkele weken bezig geweest met spelling. Deze week waren woorden aan de beurt die beginnen met de letter v.

We hebben deze woorden geoefend met de structuur TWEE VERGELIJK: de schoudermaatjes bedenken samen in vijf minuten tijd zoveel mogelijk woorden beginnend met de v van voet.

Na de vijf minuten vergelijken ze deze woorden met de woorden van de oogmaatjes.

Deze structuur hebben we voor het eerst gedaan omdat het schrijven voorheen problemen gaf. Het ging nu geweldig!

De oogmaatjes mogen immers niet horen wat er wordt bedacht.

Deze woorden hebben we ook geoefend met het hele “team” met de structuur LAAT ZIEN.

Op het spellingblad stonden tien woorden beginnend met de v, maar ook andere woorden. De teamleider mocht beginnen, koos een woord en las het voor. De anderen moesten het woord opschrijven. Hierna keek de teamleider of het goed was. Zo ja, dat mochten ze vieren: goed zo!

Hierna was het volgende kind teamleider en begon het weer van voor af aan.

Structuur KOPPEN BIJ ELKAAR

Op een woensdagmiddag heeft u ons, de leerkrachten van het Noordeinde, misschien door de wijk zien lopen. Deze wandeling vormde een onderdeel van de MI cursus. Het onderwerp was ‘Natuurknap’ en ja…. dan moet je natuurlijk ook naar buiten. Boordevol ideeën zijn we woensdagmiddag naar huis gegaan en vol enthousiasme worden de MI-structuren in de klas toegepast. Eén van de structuren die in groep 4 gebruikt wordt, is bijvoorbeeld koppen bij elkaar. Het gaat als volgt: De leerlingen zitten in de klas in een team (een groepje van 4 leerlingen). Elk teamlid heeft een nummer en dat nummer correspondeert met de plek waar ze zitten. De juf stelt een vraag en de denktijd gaat in. De kinderen komen iets van hun stoel en steken de koppen bij elkaar. Zodra een team het antwoord weet gaan de leerlingen zitten. De juf noemt een nummer en de leerlingen met dat nummer lopen naar een hoek van de klas en geven het antwoord. De teamleden complimenteren de leerlingen die het antwoord gaven. Op deze manier heeft een groepje kinderen samengewerkt, overlegd en ervoor gezorgd dat iedereen het antwoord begrijpt, want elk kind kan aan de beurt komen om naar de hoek te lopen. Van deze structuur kunnen de kinderen geen genoeg krijgen (en de juf ook niet).

MI-teken

Tijdens een MI-training is een gemeenschappelijk teken afgesproken dat door leerkrachten gebruikt wordt om aandacht van de kinderen te vragen. Dat teken bestaat uit het opsteken van je hand terwijl de wijsvinger en de duim de hoofdletter L vormen; de L van luisteren. Het is niet de bedoeling om dit teken te pas en te onpas te gebruiken, maar het te gebruiken als de kinderen bezig zijn met de uitvoering van een MI opdracht. Zodra kinderen zien dat de juf of meester het luisterteken geeft, (er zijn er altijd wel een paar die van hun werk opkijken), steken zij ook hun hand op en stoten elkaar aan om mee te doen. Het is dus een teken dat je moet zien! Het werk wordt door iedereen stilgelegd. Als alle kinderen meedoen zegt de leerkracht: "Dank je wel" en legt uit wat de reden is dat het werk even gestopt moet worden.

De kinderen op het Noordeinde zijn dit vanaf groep 1 gewend en het werkt! Je kunt zonder roepen of klappen op een snelle manier de aandacht van alle kinderen bereiken.

BEWEEGKNAP intelligent zijn

U heeft ze misschien wel eens zien staan,die doos met ronde, vierkante, drie- en rechthoekige gekleurde plastic vormen. Die noemen we logi-blokken. De kinderen zaten in een grote kring en gaven antwoord op de vragen van de juf. Eén voor één werden de vormen omhoog gehouden en de kinderen vertelden welke vorm het was. Een grote blauwe, dikke driehoek of een klein dun geel vierkantje. Na het inoefenen waren de kinderen aan de beurt. Ze kregen allemaal twee vormen en deden allerlei oefeningen met de juf en met elkaar, om de eigenschappen van de vormen goed te herkennen en benoemen. Op een gegeven ogenblik werd er afgesproken dat de kinderen door het lokaal mochten lopen en telkens als ze een klasgenootje tegenkwamen, vroegen ze:"Wil je met me ruilen?" en na het ruilen zeiden ze: "dank je wel!". Het was heel erg leuk om te zien dat kinderen op zo'n jonge leeftijd kunnen ruilen en ook beleefd "dank je wel" kunnen zeggen. Met deze MI structuur oefenen de kinderen spelenderwijs beleefd met elkaar om te gaan, te ruilen en de vormen, eigenschappen en kleuren van vormen te benoemen.